Artikel Jolien Rigole

Artikel

Anders dan de anderen? (april 2008)

Het lijkt een ingetrapte deur om hier en nu op te komen voor gelijke kansen voor homoseksuelen. Zijn in onze tijd niet alle vormen van discriminatie al lang en breed uit de weg geruimd? Worden homoseksuelen al niet geruime tijd als volwaardige leden van onze maatschappij beschouwd? Is de tijd al niet lang voorbij dat ouders of vrienden geschokt reageerden op een ‘outing’? Of is de concrete werkelijkheid toch nog altijd iets minder rooskleurig dan wat de media ons voorhouden?En hebben we vanuit het christelijk geloof ook iets te bieden aan deze mensen?Dit artikel wil een poging zijn om ons even in te leven in de situatie van homoseksuelen en van hun ouders, voor zover dat mogelijk is. Even in de schoenen van een ander gaan staan is immers altijd de eerste stap tot een beter begrip en een beter omgaan met elkaar.

Help, ben ik homo?

De meeste mensen groeien op met het idee dat ze zijn zoals de meerderheid. Gezond, rechtshandig en hetero, om maar enkele voorbeelden te noemen. Als je er plots of geleidelijk aan achter komt dat je ‘anders’ bent, vraagt dat een heel proces van nadenken en uitzoeken, van aanpassen en je weg zoeken. Bij linkshandigen valt dat nogal mee, voor gehandicapten kan het al wat moeizamer gaan. Homoseksuelen zitten daar zo’n beetje tussenin: hun anders-zijn is geen handicap, maar het heeft toch meer gevolgen dan linkshandig zijn. Hoe gaat het in zijn werk om tot het besef te komen dat je niet op mensen van het andere geslacht valt? Zijn er al aanwijzingen voor vanaf je prilste jeugd? Of komt het als een donderslag bij heldere hemel ergens in je tienerjaren? Is het een opluchting? Of eerder een zwarte wolk? Of is het misschien bij iedereen verschillend?

Achteraf gezien was het gevoel er al vroeger, al in mijn derde of vierde jaar middelbaar. Maar ik vond het toen iets vreemds, waarover ik liever niet te veel wilde nadenken. Pas in mijn eerste jaar hogere studies werd ik tot over mijn oren verliefd op een meisje uit mijn jaar. Ik hoopte toen nog dat ik biseksueel was, dat ik ook op jongens verliefd kon worden. Maar dat bleek later niet zo te zijn. Het was een dubbel gevoel: aan de ene kant was ik blij, omdat het heerlijk was om verliefd te zijn. Aan de andere kant vond ik het ook heel beangstigend om deel uit te maken van een minderheid. Ik was vooral bang voor de reacties van andere mensen. Sarah, 24

Ik had zeker nog niets gemerkt voor mijn zestiende. Voordien was ik wel verliefd geworden op jongens, maar als ik er nu op terugkijk, was dat meer het gevolg van een onopvallende maar toch aanwezige groepsdruk of cultuurdruk. Het idee dat je best een lief hebt, en dan natuurlijk iemand van het andere geslacht. De eerste vermoedens dat ik lesbisch zou zijn, hadden bij mij te maken met een vrouwelijke leerkracht. Ik zat toen in het vijfde middelbaar. Toen speelde het wel in mijn hoofd. Zou het kunnen dat…? Het leek mij wel iets leuks, maar tegelijk durfde ik er ook niet verder over nadenken. Ik zou wel zien. En toen ik ook in de zomervakantie na het vijfde middelbaar op een meisje verliefd werd (aan wie ik nooit iets liet merken!), werd voor mezelf het een en ander duidelijk. Ik heb me nooit tegen dat idee verzet. Het leek mij eerder iets spannends. Maaike, 25

Pieter was als kind nooit een stoere jongen, maar ik heb dat nooit in verband gebracht met homoseksualiteit. Het was zeker niet zo dat hij met poppen speelde of meisjesachtige dingen deed. Hij was gewoon zachtaardig, meer niet. In zijn middelbare schooltijd is Pieter lange tijd heel eenzaam geweest. Ik zag dat hij zich niet goed voelde, dat hij veel alleen was. Maar ik had geen idee wat er scheelde. Pas op het einde van zijn middelbare schooltijd heeft hij het dan gezegd. Martine, moeder van Pieter, 23

Coming out

Een hetero hoeft nooit aan zijn ouders of zijn vrienden te vertellen dat hij hetero is. Daar gaat iedereen gewoon van uit. Homo’s en lesbiennes komen wel voor die opdracht te staan. Hoe pak je zoiets aan? Stuur je een informatieve mail naar je hele adresboek? Of wijd je eerst een paar familieleden in, en pas daarna de rest? En wie komt er dan in aanmerking om als eerste het grote nieuws te horen te krijgen? Je ouders? Je vrienden? Je broers en zussen? Een hechte band met je ouders of een toffe relatie met je vrienden is niet altijd een garantie voor een probleemloos ‘opbiechten’ van het anders-zijn. Mensen reageren soms heel anders dan je gehoopt of gevreesd had. Het kan dus onverhoopt meevallen of onverwacht tegenvallen. En alles daar tussenin: hevige schrikreacties in het begin, een periode om te wennen aan het idee, en op de lange duur warme steun. De kop in het zand steken en doen alsof er niets gebeurd is. Een totale breuk waarbij een jongere letterlijk aan de deur wordt gezet. Het verbod om met een partner thuis te komen. Ofwel levenslange loyauteit en solidariteit. Openheid voor partners en eventuele kleinkinderen. Het kan allemaal.

Toen Pieter vertelde dat hij homo was, ben ik heel erg geschrokken. Ik had het totaal niet verwacht. Het was alsof er een droom in scherven viel. Ik vond het heel erg. Als ik die eerste maanden een koppeltje over straat zag lopen, dacht ik telkens: Zal het nu nooit zo zijn voor Pieter? Dat deed echt pijn. Ik heb toen contact genomen met een holebi-vereniging en van hen heb ik veel informatie gekregen. Dat hielp om cliché’s te doorbreken. Daar heb ik echt veel aan gehad. Na een poosje dacht ik: Als het zo is, dan is het zo. Ik zag ook dat Pieter een relatie kreeg met een lieve jongen en dat hij daar heel gelukkig mee was. Dat heeft me gerustgesteld. Martine, moeder van Pieter, 23

In het vierde middelbaar heb ik mezelf echt als lesbisch ge-out naar medeleerlingen toe. Wij zaten in een heel open klas. Ik voelde me daar niet echt zenuwachtig over. Het verliep allemaal heel spontaan en probleemloos. Het heeft echter tot het zesde middelbaar geduurd voor ik het aan mijn ouders vertelde. Dat was voor mij niet zo evident, omdat ik niet goed wist hoe ze zouden reageren en omdat ik niet gewend was om met hen over dat soort dingen te praten. Met mijn kleine broertje praatte ik er wel soms over. Ik heb het dan op een gegeven moment aan mijn mama verteld en zij heeft het aan mijn papa verteld. Ze hebben daar allebei heel goed op gereageerd. Mijn mama vond het heel bijzonder om ‘zo’n dochter’ te hebben, en mijn papa liet zijn goedkeuring eerder stilzwijgend merken. De rest van mijn familie reageerde eigenlijk ook heel positief. Mijn lief Maaike werd in mijn familie met open armen ontvangen. Op het werk ben ik er ook heel open over. Iedereen mag van mij weten wie ik ben en wie ik liefheb. Marthe, 25

Ik heb het allereerst aan mijn broer verteld, die twee jaar jonger is dan ik. Dat was in de zomervakantie na het vijfde middelbaar, toen het voor mezelf duidelijk was. Hij reageerde vrij goed. Met mijn ouders heb ik nog een hele tijd gewacht, omdat ik hun reactie totaal niet kon inschatten. Pas toen ik al een paar maanden samen was met Marthe, heb ik het aan mijn papa verteld. Pas maanden later vertelde ik het aan mijn mama. Haar reactie was allesbehalve positief te noemen. Ze liep huilend naar boven en wilde niet met mij praten. Ook later wilde ze er niets over horen. Wel liet ze weten dat ze niet naar familiefeesten zou gaan als ik daar met mijn vriendin zou zijn. Aan mijn oma heb ik in die periode veel gehad. Ook al was ze niet zo overtuigd van de situatie, ze zag wel in dat ik zelf moest uitmaken hoe ik gelukkig wilde worden. Nu is er stilaan een voorzichtige toenadering met mijn mama. Wat anderen betreft: vrienden hebben heel positief gereageerd en op mijn werk weet nu ook iedereen van de collega’s het. Op personeelsfeesten neem ik Marthe altijd mee. Toch merk ik dat het zeker niet het eerste is wat ik mensen vertel. Zeker als ik nieuwe mensen ontmoet, moet er eerst een vertrouwensrelatie zijn voordat ik Marthe ter sprake breng. Hoe stom dit ook klinkt, het is in onze samenleving nog steeds niet vanzelfsprekend. Maaike, 25

Toen ik achttien was, haalde mijn vader mij eens op van het station toen ik voor het weekend naar huis kwam. ‘Jij hebt een lief’, zei hij toen hij mijn gelukkige gezicht zag. Ik bevestigde dat, en vertelde er meteen bij dat ik verliefd was op een meisje… Hij werd kwaad, en thuis begon mijn moeder te huilen. Alleen mijn zus die drie jaar jonger is, vond het cool. Mijn ouders hadden het niet verwacht. Ik had nooit iets in die richting gezegd, en ze vielen helemaal uit de lucht. Nu zijn ze heel positief. Hun reactie had veel te maken met bezorgdheid: ze dachten dat ik een moeilijker leven zou leiden dan als ik hetero was geweest. Daarna heb ik het ook aan vrienden verteld. Die reageerden meestal heel positief. Toch was er één goede vriendin die met me gebroken heeft om die reden: ze begreep mij niet en kon daardoor niet langer met mij bevriend zijn. Gelukkig had ik toen een relatie, en kon ik die enkele negatieve reacties wel aan. De rest van de familie vindt het allemaal oké. Mijn opa van 93 zegt: Als je maar gelukkig bent! Sarah, 24

In feite is ‘coming out’ niet iets van één moment of periode in je leven. Je hele leven door maak je kennis met nieuwe mensen, die er meestal spontaan van uitgaan dat je hetero bent. Homo’s en lesbiennes moeten dus voortdurend de keuze maken om iets over hun geaardheid te vertellen of niet: als je verandert van werk, als je lid wordt van een sportclub of vereniging, als je nieuwe vrienden maakt. Telkens moeten holebi’s de afweging maken of en wanneer ze er iets over willen meedelen.

Happy homo?

De meeste homo’s en lesbiennes voelen zich goed in hun vel en zijn tevreden met hun geaardheid. Ze kunnen zich niet voorstellen dat ze anders zouden zijn en ze willen dat ook niet. Hun geaardheid is een stuk van henzelf. Toch zijn er ook holebi’s die niet zouden aarzelen om een pil te slikken om van geaardheid te veranderen, als die zou bestaan. Meestal heeft dat veel te maken met negatieve reacties die ze ervaren hebben. Als hun familie hen op straat heeft gezet bijvoorbeeld. Of in landen waar het niet zo eenvoudig is om voor je geaardheid uit te komen als hier, bijvoorbeeld in sommige islamlanden of in de Verenigde Staten. Daar kan het letterlijk heel gevaarlijk zijn om met je lief van hetzelfde geslacht hand in hand te lopen. Dan is het een stuk moeilijker om jezelf te aanvaarden zoals je bent.

Ik ben echt blij dat ik lesbisch ben. Ik zou nooit willen veranderen, als dat al zou kunnen. Dit is wie ik ben en ik voel me daar goed bij. Ik ben blij dat ik op vrouwen val, ik ben zielsgelukkig met mijn geliefde en ergens vind ik het ook een beetje leuk om niet te zijn zoals de meesten. Marthe, 25

Als je me vraagt: ‘Hoe voelt het aan om holebi te zijn in Polen?’ dan is er maar één antwoord voor mij: “You know, it’s shitty”. De coming-out is zeer moeilijk omdat je niet weet wat de reactie zal zijn. Er zijn vele situaties van mensen die buiten gegooid zijn thuis, ontslagen zijn op het werk, en niet te vergeten in elkaar worden geslagen… Het is alsof je geduwd wordt in een dubbele realiteit; de heterorealiteit, de katholieke samenleving met daartegenover de holebi’s die meestal verborgen leven en alleen maar horen dat je toch normaal kan leven in Polen. Je kan hier alleen leven als je ontkent wie je bent, want opkomen voor je rechten leidt meestal tot weinig goeds. Monika, 30, Polen

Blind op jacht

Holebi’s kampen als minderheid met een aantal eigen problemen. Zo is het bijvoorbeeld moeilijker om een relatie aan te knopen, omdat je veel kans loopt om verliefd te worden op een persoon die hetero is en dus per definitie je liefde niet kan beantwoorden. Het is immers meestal niet van de buitenkant zichtbaar of iemand homo of hetero is, wat de cliché’s ook mogen beweren. Sommige holebi’s menen dat er een soort ingebouwde ‘gay-dar’, een radar om homoseksualiteit te spotten, zou bestaan. Daardoor zouden holebi’s snel kunnen uitmaken of iemand ook holebi is. Maar onfeilbaar is dat nooit. Wie naar homocafé’s of activiteiten voor holebi’s gaat, speelt wat veiliger. Maar toch blijft het een extra probleem: de persoon waarop je verliefd wordt, kan zo dubbel onbereikbaar zijn. In de eerste plaats omdat hij of zij misschien niet verliefd wordt op jou (dat probleem kennen hetero’s ook). En in de tweede plaats omdat hij of zij misschien hetero is en dus nooit kan verliefd worden op jou. Het beste is om bij de eerste ontmoetingen subtiel aan te geven wat je geaardheid is en zo te polsen hoe het bij de ander zit. Als je eenmaal een relatie hebt, is dat probleem natuurlijk van de baan.

Uit de kast op het werk?

Veel holebi’s aarzelen of ze op hun werk zullen vertellen wat hun geaardheid is. Vroeg of laat komt zoiets natuurlijk toch ter sprake. Veel hangt af van hoe goed de relaties zijn. Als die goed zitten, is er meestal geen probleem, al moet een holebi soms wat onschuldige grapjes over zich heen laten gaan. In sommige beroepssituaties, zoals het onderwijs, ligt het wat moeilijker. Dan wordt er bijvoorbeeld geheimhouding gevraagd naar de leerlingen toe, en dat is niet altijd evident.

Ik doe mijn job (lesgeven) heel graag, maar ik weet niet hoe dit in de toekomst zal werken. Leerlingen vragen soms ook naar je relatie en dan is het heel moeilijk om daarover te moeten liegen. Maaike, 25

Schelden doet pijn

Als ruimdenkend iemand verwacht je het misschien niet, maar toch zijn er ook in onze samenleving nog mensen die heel negatief reageren op holebi’s. Soms neemt dat kwetsende of agressieve vormen aan: beledigingen roepen of iemand echt in elkaar slaan. Als holebi ben je dus altijd een beetje op je hoede: je loopt niet zomaar overal hand in hand met je lief, je kust elkaar niet op plekken waar dat aanstoot zou kunnen geven. Soms weegt dat zwaar.

Op straat krijg je soms negatieve reacties als je hand in hand loopt. Of juist positieve reacties, maar dat is ook niet altijd leuk. Ik wil niet opvallen. Liefst van al heb ik dat mensen niet reageren, dat ze het normaal vinden. Eén keer heb ik meegemaakt dat ze op ons spuwden. Daar ben ik toen echt van geschrokken. Soms ben ik bang voor wat de toekomst brengt: als er een verrechtsing komt in onze maatschappij, gaan de verworvenheden die we nu hebben misschien weer worden terug gedraaid. Dat zou ik heel erg vinden. Sarah, 24

Zorgen van ouders

Hebben ouders van holebi’s meer of andere zorgen dan andere ouders? Een beetje wel. Net zoals voor hun andere kinderen hopen ouders meestal dat hun holebi-zoon of -dochter een fijne, vaste relatie krijgt. Soms is het voor holebi’s moeilijker om een goede partner te vinden en om een langdurige relatie in stand te houden. Er zijn nu eenmaal nog altijd minder bekende voorbeelden van langdurige en goedlopende holebi-relaties. Ouders zijn ook bang voor het ‘homomilieu’ waarover allerlei geruchten de ronde doen: het zou er alleen maar om seks draaien, het zou er erg promiscu aan toe gaan. Holebi’s zelf beweren dat het wel meevalt. De meesten van hen zijn net zoals hetero’s uit op een vaste relatie. Natuurlijk zijn er mensen die van de een naar de ander fladderen, maar die heb je bij hetero’s ook. Verenigingen voor jonge holebi’s bieden op dat gebied meestal een evenwichtig kader.

Daarnaast zijn ouders vaak ook bang voor het risico op aids. Het aantal seropositieven ligt bij holebi’s nu eenmaal beduidend hoger dan bij hetero’s. Ze hopen dat hun kinderen de nodige maatregelen nemen, maar echt zeker zijn ze daarvan nooit.

Ook onvriendelijke of beledigende reacties van de omgeving treffen ouders vaak bijna net zo diep als hun holebi-kinderen. Ze voelen zich machteloos tegenover een spottende of begriploze houding. Ze willen hun kinderen daartegen beschermen, maar ze beseffen dat dit niet altijd mogelijk is. Dat is ook de reden waarom veel ouders vragen hebben bij de kinderwens van hun holebi-kinderen.

Ik maak me nu veel minder zorgen dan toen ik het pas wist van Pieter. Er is in feite zo weinig verschil: hij heeft ook toffe relaties, hij is op dezelfde manier verliefd, hij doet ook graag dingen samen met zijn vriend. Wel blijf ik bang voor aids, voor onveilige seks. We praten daar ook goed over. Dat kan gelukkig, hij is daar heel open over. Wat ik niet kan verdragen zijn sommige vijandige moppen over homo’s. Met de meeste moppen, die goedbedoeld zijn, heb ik geen moeite. Maar soms kwetst het echt en dan word ik heel kwaad en zou ik echt ten strijde willen trekken! Martine, moeder van Pieter (23)

Holebi in de praktijk

Het leven van de meeste holebi’s verschilt niet zoveel van dat van hetero’s. Als ze een vaste relatie hebben, biedt dat een warme basis in hun leven. Daarnaast is er hun werk, hun vrienden, hun familie, hun praktische zorgen voor huis en tuin, hun vrije tijd zoals bij iedereen. De meeste holebi-relaties verschillen niet wezenlijk van heterorelaties: ook al gaat het om twee mannen of twee vrouwen, toch zijn het ook twee verschillende personen die met elkaar een weg door het leven zoeken. Nu de samenleving geen extra druk meer zet op holebi’s, krijgen ze ook meer kansen om hun leven evenwichtig samen uit te bouwen. Ook kinderen behoren tot de mogelijkheden: via adoptie of (bij vrouwen) met donorinseminatie. Hoe meer dergelijke relaties en gezinnen voorkomen, des te normaler zal het worden in de samenleving.

Vanaf het begin was ik me ervan bewust, dat het feit dat ik lesbisch ben niets hoefde te veranderen aan mijn toekomstdromen: ik wilde altijd al een gezin en kindjes, en dat kan zo blijven. Mijn relatie met mijn vriendin is heel normaal. We doen sommige dingen samen en andere dingen apart. We zijn ook heel verschillend: ik hou van buikdansen en zij doet aan basket. Maar we kunnen heel goed samen praten. We zijn heel open tegen elkaar over onze gevoelens. We willen graag kinderen, maar dat zal nooit biologisch van ons allebei tegelijk kunnen zijn. Ook daarin zullen we onze eigen weg moeten zoeken. Ik hoop wel dat onze kinderen nooit de dupe zullen worden van onze situatie, op school bijvoorbeeld. Dat zou ik heel erg vinden voor de kinderen. Sarah, 24

Ik vind het zinloos om onderscheid te maken tussen heterorelaties en homorelaties. Je hebt goede relaties en minder goede, en de onze reken ik zeker tot de eerste categorie. Dat is toch het belangrijkste: of je relatie leven geeft aan jou en je partner, of twee mensen gelukkig zijn met elkaar, en dat zijn we ook! Ik hoop dat we binnen een jaar of vijf de stap(pen) zetten om kinderen te krijgen. Dat het niet evident zal zijn, is zeker. We kunnen immers elkaar niet zwanger maken. We zullen nooit kunnen zeggen: Hij/zij heeft jouw neus en mijn ogen. Maar voor mij is het biologische niet alles. Ik ben er zeker van dat ik een kind dat biologisch niet het mijne is, met evenveel liefde zal opvoeden. Moederschap is iets dat niet samenvalt met genetica, daar ben ik echt van overtuigd. Hoewel adoptie zeker het overwegen waard is, zullen we waarschijnlijk kiezen voor inseminatie, gewoonweg omdat Maaike graag zwanger wil zijn, en omdat het ons toch de minst moeilijke weg lijkt. Adoptie door holebi-koppels is immers nog altijd niet evident! Marthe, 25

Misschien is het voor ons zelfs makkelijker om ergens over te communiceren. We begrijpen elkaar heel goed omdat we beiden vrouw zijn.We willen samen heel graag kinderen ooit, ook al is dat nu eenmaal voor ons niet evident. Het zal dus heel goed overdacht zijn. Dat is dan misschien weer een voordeel. Al weet ik nog niet hoe ik dat tegenover mijn werkgever zal moeten verantwoorden! Maaike, 25

En de toekomst?

Hoe ziet de toekomst er uit voor holebi’s? Wellicht niet veel anders dan voor hetero’s. In onze maatschappij zijn de belangrijkste struikelstenen voor holebi’s weggenomen, en de meeste holebi’s beseffen dat goed en zijn er blij om. Ze ijveren er vaak voor om ook in andere landen dezelfde openheid en gelijkwaardigheid te kunnen bereiken.

Natuurlijk zijn er op kleinere schaal nog wel wat dingen die moeten bijgestuurd worden. Nog al te vaak wordt er overal van uitgegaan dat iedereen hetero is, terwijl holebi’s echt niet zo’n kleine groep zijn. Waarom vind je in damesbladen of handboeken op school bijvoorbeeld niet ook af en toe een uitspraak of getuigenis van een lesbische vrouw of een homoman, en niet alleen als er toevallig daarover een artikel in staat? Het zal nog een poos duren voordat holebi-relaties voor iedereen net zo gewoon zijn als heterorelaties. Pas als dat het geval is, is alle discriminatie echt weggewerkt.

In de wetgeving is er de laatste jaren veel ten goede veranderd: het homohuwelijk, de adoptie door homo’s… Dat is allemaal oké. Er zijn nog wat kleinere dingen die moeten geregeld worden, zoals het vaderschapsverlof voor homo-ouders en dergelijke. Maar dat komt wel.Omdat er heel wat landen zijn waar het levensgevaarlijk is om je als homo te outen, zou het goed zijn als ook holebi’s om die reden als vluchteling in ons land zouden kunnen erkend worden. Dat is nu nog niet zo. In België moet er ook nog meer aandacht komen voor allochtone holebi’s. In de islamcultuur is het veel moeilijker om daarmee om te gaan. Daar moet nog rond gewerkt worden. Maar er is genoeg engagement binnen de holebi-beweging om initiatieven op te zetten hierover, en ook over bijvoorbeeld veilig vrijen. Daarom is het goed dat er zo’n holebi-verenigingen bestaan. Ze bieden jongeren de kans om in alle rust te ontdekken wat holebi-zijn inhoudt. Je kunt er ook in eigen kring ontspannen. Dat hoeft niet per se voor mij, maar het kan wel eens leuk zijn. Ik wil me niet afzonderen, ik heb ook veel heterovrienden. Maar sommige mensen hebben daar echt nood aan. Sarah, 24

Er zijn nog wel een paar dingen die ik zou willen veranderd zien. Eerst en vooral de houding van de Kerk tegenover homoseksuelen, een houding die bijzonder kwetsend is en die bij vele gelovigen en mensen die actief zijn binnen de brede Kerk heel wat wonden slaat. Verder is het ook zo jammer dat uit onderzoek blijkt dat heel wat jongeren (vooral jongens) toch negatief staan tegenover holebi’s. Ik vind dat spijtig en angstaanjagend ook. Ik hoop dat al deze jongeren op een positieve manier in contact komen met holebi’s en dat ze dan zien dat wij au fond niet anders of slechter zijn dan zij. Marthe, 25

Omgaan met anders-zijn

Het blijft een feit dat homoseksuelen anders zijn dan de meerderheid van de mensen. Maar zijn we niet allemaal op één of ander gebied anders? Is individualiteit en respect voor eigenheid in onze tijd juist geen grote rijkdom? De ene mens heeft een andere huidskleur of taal, de andere een andere godsdienst of cultuur dan de meerderheid van de mensen uit zijn samenleving. Er zijn mensen met een lichamelijke of fysieke beperking. Of mensen met een speciaal talent of een uitzonderlijke vaardigheid. Roodharigen zijn nog steeds een minderheid, bril- of lenzendragers ook. Er zijn vegetariërs en vleeseters, mensen die allergisch zijn voor van alles en nog wat, handige en onhandige mensen, flapuiten en bedeesden, bezorgden en zorgelozen. Er zijn ADHD-ers en mensen met dyslexie, autisten en hoogbegaafden, sportievelingen en luie genieters, graatmageren en dikkerdjes. Toch kunnen al deze mensen perfect samenleven. Van jongs af aan leren kinderen in de klas dat er andere standpunten zijn om de wereld te bekijken. Het helpt hen om verschillen te appreciëren en de waarde van hun eigen in-de-wereld-staan juist in te schatten. Stel je eens voor hoe saai de wereld zou zijn als iedereen hetzelfde was! In plaats van iedereen over dezelfde kam te scheren, passen we onze samenleving zo aan dat zoveel mogelijk mensen er dezelfde kansen krijgen op een gelukkig en volwaardig leven. Vanuit de diepgewortelde christelijke en humanistische overtuiging dat alle mensen gelijkwaardig zijn.

Geloof en homoseksualiteit

Het standpunt van de Kerk rond homoseksualiteit legt veel goodwill aan de dag voor concrete homoseksuele mensen. Toch loopt het denken van de Kerk vast in dezelfde valkuil waar het wel vaker in verzeild raakt als het over seksualiteit gaat. De Kerk slaagt er ondanks de vernieuwende en verfrissende kijk van het tweede Vaticaans concilie nog steeds niet in om seksualiteit ook zonder voortplanting als iets waardevols en menswaardigs te zien. En dus mogen homoseksuele mensen hun geaardheid in de ogen van de Kerk best niet in de praktijk brengen. Seksualiteit tussen homoseksuelen leidt niet op dezelfde ‘eenvoudige’ manier tot voortplanting als dat bij heteroseks in ideale omstandigheden het geval is. Maar dat geldt ook voor hetero’s met verminderde vruchtbaarheid (en het kerkelijk verbod op proefbuisbevruchting), voor hetero’s die nog niet aan kinderen willen beginnen of hun kinderen willen spreiden of hun gezin als voltooid beschouwen voordat de vrouw in de menopauze is (en de kerkelijke afwijzing van voorbehoedsmiddelen), voor aidslijders (en het kerkelijk verbod op condoomgebruik), voor mentaal gehandicapten die er bewust voor kiezen om geen kinderen op de wereld te zetten (en het kerkelijk verbod op sterilisatie) enzovoort. Homoseksuelen hoeven zich dus niet extra geviseerd te voelen. Door zich op dit enge standpunt te blijven opstellen, heeft de Kerk op dit vlak niets meer te bieden aan verreweg de meeste mensen uit onze samenleving. En dat in een tijd dat er juist op dit gebied heel wat ontsporingen zijn en dat het voorhouden van hanteerbare waarden een grote steun zou kunnen betekenen. Mensen die op een eerlijke en gewetensvolle manier hun seksualiteit willen beleven, moeten dus noodgedwongen zelf afwegen welke vormen menswaardig zijn en welke niet. De Kerk laat mensen op dit gebied in de kou staan. Pastores kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Ook gelovige homoseksuelen vinden dan in de Kerk de warme plek die hen toebehoort.

Wij weten dat er heel wat priesters zijn die een alternatief ritueel (voor het inzegenen van een homorelatie) willen doen en die wel veel opener staan tov homoseksualiteit dan de officiële kerk. Wij zijn bevriend met een priester die zelf homo is en ook dergelijke zegeningen uitvoert. In België zijn er trouwens ook een aantal werkgroepen rond homoseksualiteit en geloof, waar gelovige holebi’s terecht kunnen en waar gereflecteerd wordt (ondermeer ook in de vorm van studiedagen) over deze thematiek. De binnenkant van de kerk is dan vaak ook heel anders dan de buitenkant, en het wordt duidelijk dat heel wat priesters het zelf niet eens zijn met de officiële uitspraken van de kerk. Vele van die priesters denken “leef en laat leven”, maar kunnen en durven verder zelf niets te ondernemen. Zo stoot je als holebi-gelovige vaak op de grenzen waarmee de kerk ons beperkt… Jammer. Marthe, 25


Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License